“Natuurlijk willen verpleegkundigen het liefst zoveel mogelijk zorg verlenen. Het registreren van allerhande gegevens in systemen lijkt daarmee in tegenspraak. Maar het tegendeel is waar. Waarmee win je de meeste tijd? Alles tien keer in verschillende dossiers optekenen, of één keer gegevens in een systeem registreren. Dat laatste lijkt me het snelst. Houd je de meeste tijd over voor zorg.” Dit zegt John van Zaanen. Hij is voorzitter van de Vereniging voor Verpleegkundige en Zorg Informatica (VVZI). Tijdens de vakbeurs Zorg & ICT die op 15 en 16 februari aanstaande in de Jaarbeurs in Utrecht wordt gehouden, organiseert de VVZI op beide dagen een seminar over verpleegkundigen en ICT.
Hoewel er geen beroepsgroep is die zoveel gegevens verzamelt, staan de verpleegkundigen aan de zijlijn bij de ontwikkeling van systemen. Van Zaanen: “Dat heeft te maken met de macht van bijvoorbeeld de artsen, die zijn uitstekend georganiseerd. Hebben een goede beroepsorganisatie, staan sterk met hun maatschappen. Dat geeft hen macht, waardoor ze ook de discussie over ICT in de zorg beheersen. Ik verwacht dat verpleegkundigen van onderuit steeds meer invloed gaan krijgen op het ICT-beleid. Door er gewoon mee te werken, zullen ze laten weten hoe systemen het best kunnen worden ingezet. Verpleegkundigen zijn een afwachtende beroepsgroep. De VVZI wil de verpleegkundigen in dit opzicht mobiliseren.”
Wat gebeurt er op het congres? Van Zaanen: “We richten ons op de mensen van de werkvloer. Dus geen management en ICT-ers. We gaan eerst een introductie geven over verpleegkundige informatica. Daarna schetsen we de mogelijkheden van ICT. Mensen uit het veld zullen twee cases presenteren. Het congres laat zien waar we staan.”
Trends
Twee trends die aan bod komen zijn de introductie van het Elektronisch Patiëntendossier en de klinische paden. Van Zaanen: “Klinische paden komen moeilijk van de grond, terwijl daar een enorme winst valt te behalen. Als een arts een diagnose heeft gesteld, weten verpleegkundigen precies wat er daarna allemaal geregeld moet worden, welke zorgverleners daarbij een rol spelen en welke onderzoeken verricht moeten worden, tot en met het regelen van de thuiszorg. De aanpak is sterk geprotocolleerd. Iedereen maakt gebruik van dezelfde gegevens. Typisch voorbeeld dat alleen van de grond komt door de inzet van informatica. Ziekenhuizen verbeteren hiermee hun zorg, terwijl de patiënt er sterk bij is gebaat. Desondanks blijft het steken. Er is slechts een handjevol praktijkvoorbeelden voorhanden.”
“In het Augustinus Ziekenhuis in Antwerpen kan men terugkijken op tien jaar ervaring. In Maastricht gebeurt dit met orthopedie. Alle zorgverleners - van arts en fysiotherapeut tot röntgen en thuiszorg - werken uitstekend met elkaar samen en binnen de kortste tijd is de patiënt van zijn knieprobleem af. Het werkt, maar slechts ten dele. Want snelle orthopedie frustreert processen op andere afdelingen, waardoor anderen weer langer moeten wachten op zorg. Werken met klinische paden, is alleen zinvol als je in staat bent een heel ziekenhuis zo te laten werken. En dat vraagt nogal wat. Rol van de verpleegkundigen is daarbij van groot belang omdat juist zij enorme hoeveelheden gegevens optekenen.”
Dit geldt ook voor het Elektronisch Patiëntendossier, vertelt Van Zaanen, die sinds 1999 als business consultant/informatieanalist werkt bij het huidige iSOFT. Hij houdt zich vooral bezig met het vertalen van gebruikerseisen in functionele systeemspecificaties, waarbij procesondersteuning een belangrijke rol speelt. “Al tientallen jaren wordt er gesproken over de opslag van patiëntgegevens. Of elektronische patiëntendossiers bestaan is afhankelijk van de definitie. Hanteer je die van het NICTIZ dan zijn we nog zo ver niet. Tegelijkertijd zie ik in heel Nederland veel plekken waar patiëntgegevens elektronisch worden opgeslagen. Per ziekenhuis, per regio. Er is al enorm veel. Ook hier spelen verpleegkundigen een belangrijke rol. De arts zet uitslagen in de status, daar blijft het zo’n beetje bij. De verpleegkundige registreert veel meer. Daarom is het zo vreemd dat deze beroepsgroep relatief weinig invloed heeft op de ontwikkeling van ICT-toepassingen.”
Invloed
Vorig jaar heeft de VVZI hierover van gedachten gewisseld met een commissie van de Tweede Kamer. Dit duidt op toenemende invloed. Van Zaanen: “Je kunt invloed op twee manieren bereiken. Door overal vooraan te zitten. Dat veronderstelt een sterke beroepsgroep. Die hebben de verpleegkundigen niet. Je kunt je invloed ook van onderaf laten gelden. Vanuit alle deelsystemen waarin verpleegkundigen gegevens registreren. Door steeds maar te wijzen op verbeteringen, te laten zien hoe je een groter effect bereikt door systemen aan elkaar te koppelen heb je ook macht.”
Van Zaanen vindt het jammer dat de effecten van ICT in de zorg nauwelijks kwantificeerbaar zijn. “Dat is onderzoek waard”, aldus de VVZI-voorzitter. Cijfers waaruit blijkt hoeveel tijd het per saldo oplevert. Met hoeveel procent de kwaliteit van zorg verbetert. Hoeveel kosten ziekenhuizen kunnen besparen. Raden van Bestuur van ziekenhuizen zijn daar gevoelig voor. Een goed onderzoek zou een mooi breekijzer zijn in gesprekken ook met zorgverzekeraars. Verpleegkundigen hebben misschien weinig macht als het op de keuze van ICT-toepassingen aankomt, maar des te meer invloed. Daarover gaat het congres. Het draagt bij aan een stuk bewustwording.”
----------
www.vnuexhibitions.com