Aan de vooravond van de toetreding van tien nieuwe lidstaten, werkt de Europese Unie aan de totstandbrenging van een breed verankerde 'kenniseconomie' waarin informatie- en communicatietechnologie (ICT) prolifereert. In maart 2000 heeft de Europese Commissie een ambitieus plan neergelegd, bekend als de Lissabon Agenda, dat de voorwaarden moet scheppen voor een krachtiger en beter concurrerende economie in de EU. Microsoft wil graag meer inzicht krijgen in de ICT-ontwikkeling in Europa en heeft daartoe een onafhankelijk onderzoek gefinancierd van de Economist Intelligence Unit (EIU). De EIU concludeert dat zes ICT-factoren leiden tot economische groei: een cultuur waarin ondernemingen risico's durven nemen en innoveren, goed ontwikkelde ICT-gerelateerde vaardigheden bij zakelijke managers, vrije concurrentie, verhoogde toegang tot risicokapitaal, onderzoek en ontwikkeling, en beveiliging, standaarden en bescherming van intellectueel eigendom.
Naast het algemene Europese rapport heeft de EIU ook voor een aantal Europese landen een voortgangsrapportage uitgebracht, waaronder Nederland. De belangrijkste bevindingen voor Nederland zijn:
- Nederland biedt een concurrerende telecommarkt, een goed ontwikkelde ICT-infrastructuur en uitstekende toegang risicokapitaal.
- Er moet iets gedaan worden aan het zwakke ICT-onderwijs, zodat Nederland ICT kan inzetten voor meer economische groei.
- Nederland zou kunnen profiteren van meer investeringen in onderzoek en ontwikkeling, recente belastingmaatregelen die deze investeringen moeten stimuleren zijn een stap in de goede richting.
- De Nederlandse overheid moet meer doen om haar online dienstverlening te verbeteren en de beschikbaarheid te verhogen.
Het 'Progress report on the Netherlands' is te vinden op http://www.mcsonline.nl/web/Pers/MainPers.htm.
Vreemd genoeg leveren investeringen in ICT de grootste, meest ontwikkelde economieën nog steeds geen productiviteitswinst op die vergelijkbaar is met de Verenigde Staten. Hoewel de Noord-Europese landen (Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken) de hoogste niveaus van ICT-acceptatie hebben en ook een reële toename zien van hun productiviteit, blijven Duitsland, Frankrijk en Italië achter. Een groot aantal landen in het zuiden en het oosten heeft een flinke achterstand in de ontwikkeling van hun ICT.
Deze constateringen, waarover veel is gezegd en geschreven door de pers en de EU zelf, hebben geleid tot uiteenlopende meningen over wat de belangrijkste drijfveren zijn van ICT-productiviteit. Echter, afgezien van brede economische indicatoren, zijn de meeste meningen gebaseerd op ogenschijnlijke trends en intuïtie, in plaats van op diepgaand onderzoek en analyse.
Overheden en beleidsmakers zien zich gesteld voor het probleem dat op macro-economisch niveau productiviteitswinst door investeringen in technologie niet voorspelbaar of vanzelfsprekend lijkt. Gevoelsmatig zou men verwachten dat er tussen de ontwikkeling van een telecommunicatie- en computerinfrastructuur én het wijdverbreide gebruik ervan, een vertraging zit. Maar er is nog geen goede verklaring voor waarom sommige Europese landen komen tot een brede en evenwichtige ICT-penetratie- en daar economisch voordeel uit halen - en andere niet.
ICT-enablers
Microsoft wil graag meer inzicht krijgen in de gehele ICT-ontwikkeling in Europa. Daarom heeft Microsoft EMEA (Europa, het Midden-Oosten en Afrika) het onafhankelijk onderzoek gefinancierd van de Economist Intelligence Unit (EIU), onderdeel van de The Economist Group uit het Verenigd Koninkrijk. Dit onderzoek onderzoekt de relatie tussen investeringen in ICT in Europa en economische groei.
Het onderzoek van de EIU - 'Reaping the Benefits of ICT: Europe's Productivity Challenge' getiteld - levert twee belangrijke uitkomsten op. Allereerst bevestigt het dat er inderdaad een meetbare relatie bestaat tussen ICT en economische groei, en dat deze relatie minder sterk is in Europa. Op de tweede plaats identificeert het onderzoek, op basis van zowel empirische als kwalitatieve gegevens, de essentiële omgevingsfactoren die noodzakelijk zijn wil een economie ICT op productieve wijze adopteren en gebruiken.
"We hebben geprobeerd om in zestig landen de ontwikkeling van ICT - de penetratie en de kwaliteit van telecommunicatie en IT-apparatuur - te isoleren,"aldus Dennis McCauley, senior editor for Executive Services bij de EIU en opsteller van het rapport. "We hebben gekeken op welk moment de technologie in gebruik is genomen. Aan de hand daarvan konden we causale relaties identificeren tussen het ICT-ontwikkelingspeil en de groei van het Bruto Nationaal Product (BNP) per hoofd van de bevolking."
Op basis van empirische data zoals de penetratie van telecommunicatie en breedband, e-business infrastructuur, het aantal PC's en servers, de beveiligingsinfrastructuur en de beschikbaarheid van ondersteunende diensten, hebben de onderzoekers een index voor ICT-ontwikkeling ontworpen. Uit deze analyse kwam naar voren dat landen alleen meetbaar voordeel hebben van ICT als het overkoepelende niveau van ICT-ontwikkeling boven een bepaald niveau ligt.
Volgens McCauley is in landen die dat niveau hebben bereikt, redelijk te voorspellen hoeveel het BNP per hoofd van de bevolking toeneemt als het niveau van ICT-ontwikkeling stijgt. Zoals ook is gebleken in de Verenigde Staten en Noord-Europa en mogelijk ook Australië en Canada, kunnen landen boven dit niveau rekenen op een groei van het BNP per hoofd van de bevolking van een tot twee procentpunten, die direct is toe te schrijven de ICT-productiviteit.
Wat overheden vervolgens nodig hebben, is een duidelijke indicatie van de beleidsterreinen die van belang zijn om het cruciale niveau van ICT-ontwikkeling te bereiken. Behalve een analyse van macro-economische gegevens, heeft de EIU ook onderzoek gedaan onder 100 managers en interviews gehouden met 19 Europese managers en beleidsmakers. Met behulp van dit primaire onderzoek konden de onderzoekers vaststellen wat de 'ICT enablers' zijn en op welke gebieden Europa in zijn geheel verbeteringen behoeft.
"Wat nieuw is aan dit onderzoek is dat de ICT-ontwikkelingsindex het mogelijk maakt om een stap verder te gaan met het onderzoek en beter inzicht te krijgen in de relatie tussen de groei van het BNP en de specifieke omgevingsfactoren die nodig zijn om het vereiste niveau van ICT-ontwikkeling te bereiken," zegt McCauley. "Dit is de eerste keer dat we twee benaderingen hebben gecombineerd en relaties hebben gelegd tussen de uitkomsten van beide."
Uit het EIU-onderzoek blijkt dat zes 'ICT enablers' essentieel zijn: een cultuur waarin ondernemingen risico's durven nemen en innoveren, goed ontwikkelde ICT-gerelateerde vaardigheden bij zakelijke managers, vrije concurrentie, verhoogde toegang tot risicokapitaal, onderzoek en ontwikkeling, en beveiliging, standaarden en bescherming van intellectueel eigendom.
"Uit de gesprekken die we hebben gevoerd met zakelijke en politieke leiders," vervolgt McCauley, "kwam duidelijk naar voren dat landen die bovenaan staan in onze kwantitatieve analyse tevens de landen zijn die het beste scoren in deze categorieën enablers -de Noord-Europese landen en, in iets mindere mate, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk."
Microsoft ondersteunt R&D en innovatie in Europa Microsoft's initiatieven in Europa -zuiver en toegepast onderzoek, productontwikkeling, samenwerking met overheden en academische instellingen, het ondersteunen van investeringsmaatschappijen, het bevorderen van een brede partnergemeenschap - liggen in lijn met de lijst van ICT enablers van de EIU," zegt Jean-Philippe Courtois, CEO van Microsoft EMEA. Deze inspanningen dragen op verschillende manieren bij aan de cultuur van innovatie die de EU en regionale overheden nastreven, constateert hij.
"Innovatie is de kern van ons werk bij Microsoft," zegt Courtois. "Microsoft investeert door intelligente mensen in dienst te nemen, samen te werken met universiteiten en academies, de onderzoeksprioriteiten af te stemmen met de EU. Daarmee hopen we een bijdrage te kunnen leveren aan de groei van de technologische innovatie in Europa."
Microsoft heeft diverse vestigingen in Europa die zich bezighouden met onderzoek en ontwikkeling. Vandaag opent het nieuwe Europese Microsoft Innovation Centre (EMIC) in Aken, Duitsland, zijn deuren. Het centrum richt zich op toegepast onderzoek en technologieontwikkeling en participeert, in samenwerking met andere partijen uit de markt en academische instellingen, in diverse onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, zoals projecten die voor een deel worden gefinancierd door de Europese Commissie en nationale financiers, en zijn gericht op de Europese onderzoeksprioriteiten. Vanuit EMIC doet Microsoft onderzoek op het gebied van beveiliging en privacy, mobiele en draadloze technologie, Web services-technologie en embedded systemen.
"Vóór de oprichting van EMIC hadden we geen mogelijkheden om samen te werken met andere partijen in de markt en deel te nemen aan het R&D-raamwerk van de Europese Unie,"zegt Courtois. "EMIC is actief op gebieden die de EU belangrijk vindt, en Microsoft wil graag een bijdrage leveren aan de Europese doelstellingen op het gebied van technologieontwikkeling."
Andere onderzoeksfaciliteiten van Microsoft in Europa zijn onder meer Microsoft Research Cambridge (MSR) in het Verenigd Koninkrijk, het Business Solutions Development Centre in Vedbaek in Denemarken, en een afdeling in Dublin, Ierland, die zich richt op productontwikkeling en -localisatie.
MSR Cambridge is opgericht in 1997 en was het eerste Microsoft-laboratorium buiten de Verenigde Staten. De onderzoekers van MSR hebben de vrijheid om zich te richten op diepgaand, lange-termijn onderzoek en worden niet beperkt door korte-termijn productontwikkelingsplanningen. Dit geeft hen de mogelijkheid om de beste computerwetenschappers uit Europa samen te brengen en te proberen de volgende generatie fundamentele software-innovatie versneld tot stand te brengen. Het Cambridge Research Lab is nu bezig zijn activiteiten uit te bouwen door partnerrelaties op te zetten met universiteiten en onderzoeksinstituten in geheel Europa, door te helpen bij het ontwikkelen van de bouwstenen voor de volgende eeuw van automatisering alsook door te zoeken naar nieuwe toepassingen voor bestaande technologieën.
Het Business Solutions Development Centre is Microsoft's enige centrum voor productontwikkeling buiten de Verenigde Staten. Het centrum, waar ongeveer 300 ontwikkelaars werken, verbetert en ontwikkelt nieuwe zakelijke applicaties en ontwikkelgereedschappen en werkt mee aan producten zoals Microsoft Visual Studio.NET. Bij het Europese Product Development Centre in Dublin lokaliseren Microsoft-medewerkers meer dan 100 producten in meer dan 27 talen.
"Microsoft hecht grote waarde aan zijn innovatiecentra in Europa, om praktische, zakelijke redenen, maar ook vanwege betrokkenheid bij de regio en de gemeenschap," aldus Courtois. "Ons doel is om dit netwerk verder te ontwikkelen, omdat we ervan overtuigd zijn dat het van groot belang is om samen te werken met de Europese Unie, academische instellingen en partijen uit de markt, om kwesties te adresseren die voor Europa van belang zijn en om zeker te stellen dat onze producten goed integreren met Europese technologiestandaarden, talen en verwachtingen van klanten."
Voor meer informatie:
Voor journalisten:
Microsoft Persdesk, telefoon: +31 (0)23 - 569 82 22, e-mail: mspers@monogram.nl