Rotterdam, 2 juli 2003 - De industriële werkgelegenheid in de regio Rijnmond is in 2002 sterker gedaald dan het landelijk gemiddelde. Dit betreft onder meer de sectoren vervoer en telecom. Dat blijkt uit de Techniekbarometer Rijnmond 2003, die is uitgevoerd door de stichting Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam (KMR) en vanmiddag in het stadhuis van Rotterdam is gepresenteerd. Met een aandeel van 32% is de Techniek verantwoordelijk voor een groot deel van de werkgelegenheid in de regio Rijnmond. Tegelijkertijd hebben technisch opgeleide schoolverlaters in de regio nog steeds een grotere kans op werk dan elders in het land, gezien het grote belang van de industriële sector in het regionale bedrijfsleven.
De stichting KMR, die zich inzet voor versterking van de regionale technisch-economische kennisinfrastructuur, wil met de Techniekbarometer jaarlijks de situatie op de regionale arbeidsmarkt peilen en op grond daarvan inschattingen maken van de ontwikkeling ervan voor afgestudeerden.
Op basis van de huidige Barometer voorspelt KMR een verdere daling van de industriële werkgelegenheid in 2007 met 6%, tegenover 3% landelijk.
Belangrijke deelsectoren waarin de economische conjunctuur een meer dan gemiddeld negatieve invloed had op de werkgelegenheid, waren de metaalproductenindustrie, de chemie en de aardolieverwerkende industrie. De elektrotechnische industrie, de technische groothandels en het wegtransport ontwikkelden zich relatief gunstig. Daarnaast leidt scholing en opleiding in de procestechniek in deze regio vrijwel zeker tot een baan.
In techniek veel laagopgeleide schoolverlaters, minder MBO'ers, meer HBO-ers
Over het algemeen blijkt het technisch onderwijs zich te ontwikkelen van een industriegerelateerde opzet naar op dienstverlening gerichte technische opleidingen. In de regio Rijnmond worden relatief steeds minder technici opgeleid. Met name het aantal MBO'ers neemt af. Overigens kende de opleidingen Metaal, Scheepvaart en Transport & Logistiek wel veel VMBO'ers in de kaderberoepsgerichte leerweg, het hoogste niveau in het VMBO. In het MBO daalde het aantal leerlingen op het hoogste niveau (niveau 4) en steeg het aantal MBO-ers van niveau 1 en 2. De kwaliteit van het toekomstig arbeidsaanbod op MBO-niveau staat daarmee dan ook onder druk. Daarnaast is het aantal hoger opgeleide HBO'ers in de regio sinds 1999 met 17% toegenomen. In het wetenschappelijk onderwijs was met 6% een lichte daling te zien (de richtingen Bouwkunde en Civiele Techniek aan de TU Delft).
Drs. Rob van der Moolen, directeur van KMR: "De Techniek Barometer heeft ons een goed inzicht gegeven in de spanningen op de regionale arbeidsmarkt. Die spanningen ontwikkelen zich met name in industrie, bouw, vervoer en telecommunicatie. Naar mijn weten zijn we regionaal de eerste die de werkgelegenheid en het aanbod en de opzet van de opleidingen op deze manier tegen elkaar afzetten. Het geeft ons als KMR belangrijk inzicht in waar wij de komende tijd onze prioriteiten moeten leggen. Zeker het stimuleren van meer MBO'ers op niveau 4 gaat de komende tijd onze aandacht vragen, gezien het feit dat een kenniseconomie om hoog opgeleid personeel vraagt. "
Over KMR
De stichting Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam is een samenwerkingsverband van het regionale bedrijfsleven (haven en industrie), de regionale onderwijsinstellingen, lokale overheden. Doel van KMR is het bevorderen en instandhouden van een kennisinfrastructuur die is afgestemd op het niveau en de ambities van de Mainport Rotterdam, èn die met zijn onderwijs- en onderzoeksprogramma's nauw aansluit en meegroeit met de visies, vraagstukken en kennisbehoeften van het betrokken bedrijfsleven.
Voorzitter van de stichting is W. van Sluis, wethouder Economische Zaken van de gemeente Rotterdam.