Den Haag, 14 december 2004 - De vertraging in het betalingsverkeer in zakelijk Nederland neemt verder toe van 40 dagen in 2003 naar bijna 42 dagen in 2004, de uiteindelijke afschrijvingen zijn gestegen tot 10 mld euro aan oninbare vorderingen en het aantal lang openstaande vorderingen toont een verdere toename: dat is de verontrustende uitkomst van de European Payment Index, een onderzoek van Intrum Justitia, marktleider op het gebied van credit management. In vergelijking met de rest van Europa valt Nederland qua betalingsgedrag steeds verder terug en bevindt zich inmiddels in de achterhoede van de middenmoot.
In het derde kwartaal van 2004 voerde Intrum Justitia dit onderzoek uit onder ruim duizend ondernemingen in Nederland en circa tienduizend ondernemingen in Europa. De European Payment Index heeft als belangrijkste doelstelling om inzicht te geven in het betalingsgedrag van een land ten opzichte van de rest van Europa.
Betalingsachterstand van 14.5 dagen
Gemiddeld moeten Nederlandse ondernemingen 41,6 dagen wachten tot er betaald wordt voor geleverde goederen of diensten. Dit is meer dan twee weken te laat en deze tendens zet zich door, ten opzichte van het 3e kwartaal van 2003 is dit een stijging van 13 procent. Dit steeds meer voorkomende gedrag in het betalingsverkeer komt ook tot uitdrukking in de leeftijd van openstaande vorderingen. Eind 2003 was 53,8 procent van de openstaande rekeningen jonger dan 30 dagen, medio 2004 was dit nog maar 51,5 procent. Tegelijkertijd nam het aantal lang openstaande vorderingen
toe: eind 2003 bedroeg hun aandeel 3,3 procent, medio 2004 is dit inmiddels opgelopen tot 4,5 procent. Als we de situatie in Nederland bijvoorbeeld vergelijken met de situatie in Finland, daar wordt na 26 dagen betaald, dat wil zeggen met een vertraging van 5,6 dagen. 68 Procent van de openstaande vorderingen van Finse ondernemingen zijn jonger dan 30 dagen en krap 1,6 procent is na 120 dagen nog niet betaald. De gemiddelde afgesproken betalingstermijn in Finland is 21 dagen, in Nederland 30 dagen.
Toenemende stijging van de afschrijvingen Ook bij de afschrijvingen is deze negatieve trend tot een aanzienlijk niveau opgelopen. Sinds het derde kwartaal van 2003 zijn de uiteindelijke definitieve afschrijvingen gestegen van 2,4 procent naar 2,6 procent.
Omgerekend naar de Nederlandse economie betekent dit een jaarlijks verlies van 10 miljard euro, wat geboekt wordt als afschrijving.
In vergelijking met de rest van Europa laat Nederland hoge vorderingsrisico's zien. Bij de door Intrum Justitia opgestelde risico-index scoort Nederland een waarde van 155 (3e kwartaal 2003: een waarde van 150).
Deze waarde is een signaal voor onmiddellijke actie, dat wil zeggen maatregelen om het risico van vorderingsverlies in te perken. Een waarde van 100 betekent dat alle leveringen en diensten uitsluitend plaatsvinden tegen contante betaling op het moment van aflevering, zodat er geen uitstaande kredieten in welke vorm dan ook ontstaan. Internationaal gezien loopt Nederland daarmee achteraan in de middenmoot - duidelijk achter Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië en slechts krap voor Estland, Hongarije en Litouwen. Finland beschikt met een indexwaarde van 124 over het beste risicoprofiel, gevolgd door Zweden (128) en Denemarken (130). Hekkensluiters in de 23 onderzochte landen zijn Portugal (186), Tsjechië (175) en Griekenland (174).
EG-richtlijn lang zonder positieve invloed Verbetering werd verwacht van de in juni 2000 door het Europese parlement en de Europese raad aangenomen richtlijn 2000/35/EG ter bestrijding van betalingsvertraging in het zakelijke verkeer. Deze richtlijn is inmiddels door alle 25 Europese lidstaten - met uitzondering van Spanje - evenals de drie niet-leden IJsland, Liechtenstein en Noorwegen - opgenomen in de nationale wetgeving.
70 procent van de Nederlandse ondernemingen denkt dat het overschakelen op de richtlijn geen positieve invloed zal hebben op de betalingsmoraal van Nederlandse klanten. Slechts 30 procent verwacht een positief effect.
Intrum Justitia onderzoekt elk half jaar de financiële risico's voor ondernemingen in meer dan 20 Europese landen en vergelijkt deze onderling. De Intrum Justitia groep is met eigen vestigingen in 21 Europese landen marktleider in credit management producten en diensten.
Einde Bericht
Voor meer informatie en het volledige rapport kunt u contact opnemen met www.eurorscg.nl