Amsterdam,
28 april 2026 – Nederland loopt het
risico tussen 2025 en 2035 tot wel €59 miljard aan economische output
mis te lopen als de talentenpijplijn in de bèta-technische sector
niet wordt versterkt. Dit blijkt uit een nieuw rapport van Cebr in
opdracht van SThree, de wereldwijde consultancy op het gebied van
bèta-technische professionals.
De
meest recente gegevens tonen aan dat bèta-technische en daaraan
gerelateerde sectoren in 2023 goed waren voor 13,1% van de totale
Nederlandse economische output, wat neerkomt op ongeveer €107
miljard. Dit benadrukt de cruciale rol die deze sectoren spelen bij
het stimuleren van innovatie en productiviteit.
Nederland
staat op de 23e plaats van 42 economieën wereldwijd wat betreft
afhankelijkheid van bèta-technische sectoren. Duitsland staat op de
10e plaats en België op de 24e plaats. Technologie heeft het grootste
aandeel in de afhankelijkheid van de bèta-technische sectoren in
Nederland. Dit is een weerspiegeling van de Nederlandse concurrerende
digitale economie en de geavanceerde productiebasis, met
wereldspelers als ASML.
De
bruto toegevoegde waarde (GVA) van bèta-technische en daaraan
gerelateerde sectoren in Nederland zal naar verwachting groeien tot
ongeveer €154 miljard in 2035, met een gemiddelde jaarlijkse groei
van 2,6%. Deze groei kan echter onder druk komen te staan door
structurele tekorten aan expertise.
De
talenteninstroom staat onder druk
Hoewel Nederland goed presteert op het gebied van
onderwijs en innovatie, kunnen structurele tekorten in de instroom
van bèta-technisch talent de groei beperken. Het aantal
inschrijvingen voor bèta-technische opleidingen in Nederland blijft
namelijk aanzienlijk onder het EU-gemiddelde: 18,6% tegenover 26,9%.
Als de instroom van nieuw talent opdroogt, komt de Nederlandse groei
onder druk te staan.
Dit
roept zorgen op over de langetermijnbeschikbaarheid van de
hoogopgeleide professionals die nodig zijn om de geavanceerde
productie- en technologiesectoren in stand te houden. Daarnaast wordt
Nederland steeds afhankelijker van een klein aantal grote wereldspelers,
zoals ASML in de chipindustrie. Dit komt doordat de vraag met de
economie meebeweegt en de geopolitieke handelsspanningen de vraag
verder beïnvloed. Daardoor wordt het steeds belangrijker om in
Nederland een sterk en flexibel aanbod van talent te hebben dat kan
meegroeien met de vraag.
Er
is ook goed nieuws. Het aantal afgestudeerden is momenteel 11,0 per
1.000 inwoners, wat boven het internationale gemiddelde ligt. Ook is
de groei van het aantal afgestudeerden de afgelopen tijd met 2,2% per
jaar stabiel gebleven.
Margot
van Soest, Managing Director Nederland en Spanje bij SThree, zegt
hierover:
“Nederland
heeft alles in huis om een wereldleider te blijven in technologie en
geavanceerde productie. Maar zonder een structurele en duurzame
instroom van bèta-technisch talent komt die positie direct onder druk
te staan. Dat remt niet alleen toekomstige groei, maar verzwakt ook
onze economische veerkracht. ”
Economische
veerkracht op het spel
De combinatie van een sterk innovatievermogen en een
krappe talentenpijplijn zorgt voor een toenemende kloof tussen
potentieel en gerealiseerde economische output. Zonder gerichte
maatregelen loopt Nederland het risico vertraging op te lopen in het
groeitraject en de concurrentiepositie in belangrijke strategische
sectoren zoals semiconductors, digitale technologieën en geavanceerde
engineering te verzwakken.
Margot
van Soest: “”Als
we de kloof tussen vraag en aanbod van bèta-technisch expertise niet
dichten, remmen we onze economische groei. Door gericht te investeren
in onderwijs, innovatie en aantrekkelijk werkgeverschap kan Nederland
die groei juist versnellen en internationaal talent blijven
aantrekken.”
Kansen
en risico’s tegen elkaar afwegen
Ondanks deze uitdagingen blijft Nederland goed
gepositioneerd. Bovengemiddelde investeringen in onderwijs en
R&D, een sterk innovatie-ecosysteem en een wereldwijd
concurrerende technologiesector blijven de Nederlandse positie
ondersteunen.
Om
deze basis echter om te zetten in duurzame langetermijngroei, zijn
voortdurende investeringen nodig in het bèta-technische onderwijs,
het behoud van talent en het internationale concurrentievermogen.
Nederland moet zich niet alleen richten op het ontwikkelen van
talent, maar ook op het behouden en aantrekken ervan.