Amsterdam, 13 mei 2026 - Geotab
wereldwijd marktleider op het gebied van oplossingen voor het beheer
van verbonden voertuigen en bedrijfsmiddelen, heeft vandaag zijn
eerste Europese index voor Efficiëntie van Stedelijk Vrachtvervoer
gepubliceerd, getiteld “De kosten van
stilstaan”. Hieruit blijkt een prestatiekloof van
144 procent tussen de grote Europese steden Berlijn en
Madrid, waarbij Berlijn het hoogst scoort op het gebied van
vrachtvervoersefficiëntie, op de voet gevolgd door Amsterdam.
Elke
dag rijden er miljoenen voertuigen door Europese steden om de
goederen te vervoeren die de economie draaiende houden: voedsel,
medicijnen, grondstoffen en pakketten. Maar niet alle steden gaan
daar even goed mee om. Uit het rapport blijkt dat hetzelfde
wagenpark, met dezelfde voertuigen, totaal verschillende
omstandigheden kan tegenkomen, afhankelijk van de stad waarin het
actief is – met verstrekkende gevolgen voor kosten, uitstoot en
prestaties.
Aan de
ene kant voert Berlijn de index aan met een score van 61 op 100, waar
het verkeer beheersbaar en, cruciaal, voorspelbaar
blijft. Amsterdam moet daar met 59 op 100 nauwelijks voor
onderdoen. Aan de andere kant staat Madrid onderaan met een
score van 25, wat een efficiëntiekloof van
144 procent oplevert tussen de best en slechtst
presterende steden. Dublin (49) en Rome (48) bevinden zich
in de middenmoot, terwijl Parijs (37) en Londen (29) samen met Madrid
in een categorie terechtkomen waar het systeem zelf het wagenpark
begint te belemmeren.
Amsterdam
scoort in het onderzoek het best op het gebied
van ritefficiëntie: er wordt minder brandstof verspild tijdens
stilstand dan in welke andere onderzochte stad dan ook. Dankzij de
compacte stadsindeling, korte gemiddelde ritafstanden en goed afgestemde
verkeerslichten blijven voertuigen in beweging, ook al is
dat vaak met een lage snelheid. Voor Nederlandse
wagenparkbeheerders, met name diegenen die bezorgtrajecten in de
laatste kilometer en binnen de stad uitvoeren, werkt het wegennet
hier gunstiger dan bijna waar dan ook in Europa.
De harde waarheid: de weg bepaalt de prestaties, maar
de bedrijfsvoering bepaalt het verschil
Wat uit
Geotabs eerste Europese vrachtvervoersefficiëntie-index naar voren
komt, is een verschuiving in hoe we efficiëntie in het vrachtvervoer
moeten zien: weg van de dagelijkse files en meer naar de
infrastructuur die bepaalt hoe men door de stad beweegt.
In
Berlijn zorgt een gedecentraliseerde indeling er bijvoorbeeld voor
dat het verkeer over meerdere routes wordt verdeeld, waardoor een
vloeiend netwerk ontstaat dat de hele dag stabiel blijft. In
Amsterdam zorgen een compacte inrichting en optimalisatie van de
verkeerslichten ervoor dat voertuigen blijven rijden in plaats van in
de file te staan, ook al is dat vaak traag.
Maar
infrastructuur is slechts een deel van het plaatje. Hoe
wagenparkbeheerders plannen, roosteren en zich aanpassen aan het
netwerk waarin ze opereren, is even belangrijk. Steden als Londen,
Parijs en Madrid laten zien dat congestie op zich niet het doorslaggevende
probleem is, onvoorspelbaarheid is dat wel. En voor wagenparken
creëert die onvoorspelbaarheid wat de Geotab-gegevens aangeven als
een ‘structurele belasting’: extra buffertijd, verstoorde
leveringsvensters en verloren efficiëntie die niet zomaar door een
betere routeplanning of chauffeurstraining kunnen worden opgelost.
Op een
fundamenteel, en misschien contra-intuïtief niveau, kunnen steden
waarin langzaam wordt gereden nog altijd als efficiënt worden
beschouwd, zolang men er maar kan blijven rijden. Rome combineert
bijvoorbeeld hoge congestie met een van de laagste niveaus van
stationair draaien, omdat het verkeer in een continue kruipstroom
rijdt in plaats van een stop-startpatroon. Londen bevindt zich
daarentegen aan de andere kant van het spectrum. Daar zorgen
herhaaldelijk stoppen en starten tot inefficiëntie, brandstofverspilling
en uitstoot.
Edward
Kulperger, Senior Vice President EMEA bij Geotab:
“Stedelijk
vrachtvervoer wordt altijd bekeken vanuit het perspectief van
verkeersopstoppingen: hoe druk het in een stad is en hoe traag het
verkeer tijdens de spits wordt. Wat deze index laat zien, is dat het
echte probleem dieper ligt. Het gaat niet alleen om de hoeveelheid
verkeer, maar ook om hoe dat verkeer zich gedraagt. In de meest
efficiënte steden verloopt het verkeer consistent en voorspelbaar. In
de minst efficiënte steden raakt het gefragmenteerd en die
versnippering heeft een directe impact op de kosten, de uitstoot en
het vermogen van wagenparken om effectief te opereren.”
“Voor
wagenparkbeheerders is onvoorspelbaarheid een van de meest uitdagende
factoren om te beheersen. Je kunt rekening houden met files, je kunt
bekende vertragingen omzeilen, maar wanneer de reistijden van dag tot
dag aanzienlijk variëren, ontstaat er een sneeuwbaleffect in de hele
bedrijfsvoering. Dankzij verbonden
voertuig-data krijgen we inzicht in hoe stedelijk verkeer zich
daadwerkelijk gedraagt en waar inefficiëntie ontstaat.
Die
zichtbaarheid stelt wagenparken, steden en beleidsmakers in staat om
beter geïnformeerde beslissingen te nemen over de ontwikkeling van
stedelijke vervoerssystemen.”
###
Methodologie
De Europese index voor Efficiëntie van Stedelijk
Vrachtvervoer beoordeelt elke stad op een schaal van 0 tot 100, op
basis van twee dimensies die afzonderlijk worden geëvalueerd voor
personenauto’s en vrachtwagens, en vervolgens worden gecombineerd met
een weging van 60/40 (personenauto’s/vrachtwagens) om weer te geven
dat het grootste deel van de verkeersvraag afkomstig is van
personenauto’s, terwijl de vrachtwagencomponent specifiek de
logistieke efficiëntie weergeeft.
De eerste dimensie, hoe het verkeer stroomt, is goed
voor 75 procent van de score van elk voertuig en meet drie zaken:
congestiebelasting (cumulatieve congestie gedurende de dag, goed voor
50 procent van de score), congestievrije periodes (uren per dag met
vrij stromend verkeer, 25 procent weging) en variabiliteit in
reistijd (voorspelbaarheid van de reistijd, 25 procent weging).
De tweede dimensie, de kosten van congestie, is goed
voor de resterende 25 procent van de totaalscore en meet het
stationair draaien van voertuigen tijdens de rit als maatstaf voor de
verspilling die door het systeem wordt veroorzaakt. Hogere
percentages voor dat criterium duiden op congestie, slechte
verkeerslichttiming en knelpunten.
De brandstofkosten voor stationair draaien zijn
geschat op basis van de gemiddelde pompprijzen voor 2025 uit het
Weekly Oil Bulletin van de Europese Commissie voor EU-steden en de
dataset Weekly Road Fuel Prices van de Britse overheid voor Londen,
omgerekend tegen de gemiddelde GBP/EUR-koers voor 2025.
Alle scores zijn gebaseerd op gegevens over het
volledige jaar 2025 (januari–december) van het platform voor
verbonden voertuigen van Geotab in zeven steden: Amsterdam, Berlijn,
Dublin, Rome, Parijs, Londen en Madrid. De scores vertegenwoordigen
genormaliseerde, relatieve vergelijkingen op basis van een steekproef
van verbonden voertuigen, niet een volledige telling.
Over Geotab
Geotab is
een wereldwijde leider in connected operations, videotelematica en
AI-gedreven inzichten. Meer dan 100.000 klanten, van kleine en
middelgrote vloten tot Fortune?500-bedrijven en organisaties in de publieke sector,
inclusief de Amerikaanse federale overheid vertrouwen op Geotab.
Geotab verbindt ongeveer 6 miljoen voertuigen en assets op alle zeven
continenten en verwerkt dagelijks 100 miljard datapunten. Met meer
dan 26 jaar ervaring bedient Geotab sectoren zoals transport en
logistiek, bouw, energie, nutsvoorzieningen, buitendienst en meer.
Het open platform en het partnerecosysteem van meer dan 700 partners
van Geotab verenigen veiligheid, compliance en operaties in één enkel
systeem, waarmee slimmere, meer verbonden operaties mogelijk worden.
Met de certificeringen ISO/IEC 27001:2022, SOC2, FIPS 140-3 en
FedRAMP kan Geotab voldoen aan de hoogste normen voor
gegevensbeveiliging, ondersteund door hoogwaardige klantenservice.
Onze missie: een veiligere, efficiëntere en duurzamere wereld in
beweging.