Amersfoort, 20 april
2026
In het eerste kwartaal
van 2026 kwam het aantal passanten in Nederlandse centrumgebieden gemiddeld
8,4% lager uit dan in hetzelfde kwartaal van 2025. Dit blijkt uit de meest
recente analyse van de Nationale Bezoekers Index. Ook bij de grotere
centrumgebieden is de daling duidelijk zichtbaar: de zes grootste gemeenten
noteren gemiddeld een afname van 8,8% en de top 40 op basis van bezoekersvolume
komt uit op een gemiddelde daling van 6,3%.
Tegelijkertijd zijn er
duidelijke uitzonderingen. Kustplaatsen en verschillende middelgrote
regiosteden laten juist een stijging van 15% of meer zien ten opzichte van het
eerste kwartaal van 2025.
Afvlakking zet door in
begin 2026
Het beeld van het eerste
kwartaal sluit aan bij een ontwikkeling die in de loop van 2025 steeds
duidelijker werd. Het jaar begon voor de meeste centrumgebieden nog met stevige
groei, maar die nam per kwartaal af en sloeg in het vierde kwartaal om in een lichte
daling. Over heel 2025 bleef het totaalbeeld nog positief, met een gemiddelde
stijging van 2,69% ten opzichte van 2024. De cijfers over het eerste kwartaal
van 2026 laten zien dat deze afvlakking nu is doorgezet tot een bredere daling.
Grootste stijgers in het
eerste kwartaal van 2026
Bij de sterkste stijgers
ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025 valt een aantal gemeenten
duidelijk op. Doetinchem noteert een stijging van 23%, Ouddorp komt uit op 20%
en Voorschoten laat een groei van 19% zien. Ook Oosterhout, Noordwijk, Diemen,
Heesch, Roosendaal en Tiel behoren tot de sterkste stijgers van het kwartaal.
Bij deze groep stijgers gaat het voornamelijk om middelgrote regiosteden en
kustplaatsen.
Gemiddelde ontwikkeling
Q1 2026 per categorie ten opzichte van Q1 2025
- Kustplaatsen: +12% gemiddelde stijging
- Randstad-rand: +15% gemiddelde stijging
- Landelijk gemiddelde: -8,4% gemiddelde daling
- Grootste gemeenten: -8,8% gemiddelde daling
Bron: Nationale
Bezoekers Index
Stijgers onder de
grotere centrumgebieden
Ook onder de grotere
gemeenten zijn stijgers zichtbaar. Den Haag noteert een stijging van 5% ten
opzichte van het eerste kwartaal van 2025 en is daarmee de enige gemeente in de
top van het bezoekersvolume met een positief resultaat. In de categorie daaronder
laat Vlissingen een stijging van 8% zien en komt Leiden uit op een groei van
7%. Daarnaast noteren Haarlem 4%, Sneek 3% en Ede 2% groei.
Dalers zichtbaar bij een
deel van de grotere steden
Aan de andere kant laten
verschillende grotere centrumgebieden een duidelijke terugval zien in
passanten. Rotterdam en Utrecht dalen gemiddeld met 10%. In de middelgrote
steden zien we een daling in Almere, Leeuwarden en Hilversum van gemiddeld 14%.
Bij kleinere gemeenten
zijn de procentuele dalingen vaak groter, al moet hierbij meer dan gebruikelijk
rekening worden gehouden met de context. Omdat het absolute aantal passanten in
deze gebieden lager ligt, kunnen seizoensinvloeden, feestdagen of lokale
evenementen relatief grote procentuele effecten hebben.
Kustplaatsen en
forensengemeenten tegen de trend in
Net als in het voorjaar
van 2025 zijn het opnieuw de kustplaatsen die het landelijke beeld het sterkst
overstijgen. Langs de Zuid-Hollandse kust noteren Ouddorp, Noordwijk en Katwijk
een duidelijke groei. Aan de Noord-Hollandse kust laten IJmuiden en Castricum
een vergelijkbaar beeld zien en in Zeeland staan Vlissingen en Middelburg bij
de stijgers. Gemiddeld komt de stijging langs deze kustplaatsen op 12% ten
opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar.
Daarnaast valt op dat
verschillende gemeenten aan de rand van de Randstad sterk presteren, waaronder
Voorschoten, Diemen, Pijnacker en Sassenheim met een gemiddelde stijging van
15% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar. Het gaat hier om centrumgebieden
op forensenafstand van de grote steden, terwijl die grote steden zelf in
dezelfde periode juist terugvallen.
Vooruitblik
De cijfers over het
eerste kwartaal van 2026 laten een breed gedragen daling in bezoekersdrukte
zien, met duidelijke uitzonderingen in de kustplaatsen en een aantal
middelgrote regiosteden. De komende kwartalen moeten uitwijzen of hier sprake
is van een tijdelijke beweging of van een structurele verschuiving in het
bezoekerspatroon.