Anders dan vaak gedacht, blijken veel ondernemers hun bedrijf niet via een faillissement te beëindigen. Doorgaans verloopt het stoppen betrekkelijk ‘probleemloos’ of kunnen ondernemers hun onderneming zelfs verkopen. De variatie in manieren waarop ondernemers hun bedrijf beëindigen en de redenen daarvan zijn het onderwerp van het rapport ‘Bedrijfsbeëindiging van jonge ondernemingen in Nederland: keuze of noodzaak’, dat uitgegeven wordt door de Raad voor het Zelfstandig Ondernemerschap. Aandacht voor variatie in bedrijfsbeëindigingen moet ervoor zorgen dat het stoppen van een onderneming minder gestigmatiseerd wordt.
Driekwart ondernemers stopt ‘probleemloos’
Het gedeelte van de ondernemers dat hun onderneming gewoon stopt of verkoopt, is veel groter dan het percentage failliete ondernemingen. Zo’n driekwart van alle gestopte ondernemers in dit onderzoek heeft de bedrijfsactiviteiten simpelweg gestaakt, terwijl minder dan tien procent failliet is gegaan. Het werkelijke percentage faillissementen ligt waarschijnlijk iets hoger. Door het taboe rond falen in Nederland willen sommige ondernemers namelijk niet praten over hun faillissement en deze ondernemers zijn vaak moeilijker te bereiken. Stoppen is trouwens geen eindpunt. Een derde deel van de ondernemers wil na het stopzetten wel weer een nieuwe onderneming opzetten.
Marktomstandigheden vaak geen reden bedrijfsbeëindiging Het stopzetten van de onderneming is niet altijd uit nood geboren. Meer dan veertig procent van de gestopte ondernemers geeft aan dat de keuze voor stopzetting vrijwillig en dus niet noodgedwongen is gemaakt. Verder geeft ook vijftig procent van de geënquêteerde gestopte ondernemers aan dat slechte marktomstandigheden geen rol hebben gespeeld bij hun besluit om hun onderneming te beëindigen. Dit zijn sterke aanwijzingen dat een gedeelte van de gestopte ondernemingen daadwerkelijk potentieel levensvatbaar is. Beleid dat er op gericht is om potentieel levensvatbare ondernemingen te behouden, kan een bijdrage leveren aan het stimuleren van de Nederlandse economie.
Aanbevelingen voor overheid en / of ondersteunende instanties
- Meer aandacht voor het ondernemerschap in het onderwijs is gewenst.
Hierdoor kan het slagingspercentage van startende ondernemers toenemen.
Houding en inzet blijken namelijk vooral bepalend voor succes.
- Starters moet nog meer dan nu een kritische spiegel worden voorhouden.
Dit blijkt uit de beperkte mate van zelfreflectie bij gestopte ondernemers in dit onderzoek. Ervaren ondernemers zouden hierin als mentor een belangrijke rol in kunnen vervullen.
- Een ‘early warning’ systeem zou ontwikkeld moeten worden door
boekhouders, banken of accountants, waarmee problemen bij ondernemers zo snel mogelijk gesignaleerd en opgelost kunnen worden.
- Het imago van stoppende ondernemers moet worden verbeterd. Het moet
duidelijk worden dat veel gestopte ondernemers (gelukkig) niet failliet gaan en dat stoppen er gewoon bij hoort.
RZO
De Raad voor het Zelfstandig Ondernemerschap is het advies- en kenniscentrum t.b.v. het zelfstandig ondernemerschap.
De RZO heeft tot doel bij te dragen aan een krachtig en dynamisch zelfstandig ondernemerschap in Nederland door middel van kennisopbouw, beleidsonderzoek en advisering. De RZO geeft als onafhankelijk orgaan adviezen en richt zich op beleidsvorming in Den Haag en Brussel en op maatschappelijke organisaties. Kerngebieden van de advisering zijn: arbeid, belastingzaken, ondernemer / onderneming, onderwijs, sociale zekerheid en administratieve lasten.