Bezoekersdrukte in centrumgebieden 4,1% lager in tweede kwartaal 2026, daling zwakt af
In het tweede kwartaal
van 2026 kwam het aantal passanten in Nederlandse centrumgebieden gemiddeld
4,1% lager uit dan in hetzelfde kwartaal van 2025. Dit blijkt uit de meest
recente analyse van de Nationale Bezoekers Index. Bijna driekwart van de
Nederlandse centrumgebieden noteert een daling. De terugval is wel duidelijk
kleiner dan de 8,4% van het eerste kwartaal.
Er zijn opvallende
uitzonderingen. Vooral in het zuiden van het land beweegt een groep
centrumgebieden tegen de landelijke trend in, met Weert als sterkste stijger.
Ook onder de grotere centrumgebieden zijn er stijgers: Alkmaar en Leiden
trokken meer bezoekers dan een jaar eerder.
Daling zet door, maar
zwakt af
Het tweede kwartaal past
in de ontwikkeling die zich sinds vorig jaar aftekent. De sterke groei van het
tweede kwartaal van 2025 (+6,5%) nam af in het derde kwartaal (+1,75%), sloeg
om in een lichte daling in het vierde kwartaal (-2,8%) en verbreedde zich in
het eerste kwartaal van 2026 (-8,4%). De daling zet nu door, maar het tempo
neemt af.
Achter het landelijke
gemiddelde gaan duidelijke verschillen schuil. Ruim een kwart van de
centrumgebieden trok juist meer bezoekers dan een jaar eerder. En waar het
bezoek daalde, bleef die daling in de meeste gebieden beperkt tot minder dan
10%. De daling is dus breed, maar van grote uitschieters is nauwelijks sprake.
Het zuiden beweegt tegen
de landelijke trend in
De sterkste stijgers
concentreren zich in het zuiden van het land. Weert voert de lijst aan met een
stijging van 26% ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar en zet daarmee
de lijn door die tijdens carnaval al zichtbaar was. Ook Veldhoven, Bergen op
Zoom, Deurne, Veghel en Helmond behoren tot de stijgers. Voor Helmond is dat
een opvallend herstel: over heel 2025 behoorde de stad nog tot de grootste
dalers.
Grotere steden leveren
opnieuw in
Net als in het eerste
kwartaal daalt het bezoek in vrijwel alle grotere steden. Steden als Rotterdam,
Utrecht, Eindhoven, Zwolle en Groningen dalen gemiddeld met circa 10%. Tilburg
is met een daling van 15% de sterkste daler onder de grotere steden.
Alkmaar en Leiden vormen
de positieve uitzonderingen. Leiden komt uit op een groei van 9% en bouwt
daarmee voort op het eerste kwartaal, toen de stad ook al tot de grootste
stijgers behoorde. Alkmaar noteert een stijging van 4%.
Eerste code rood voor
hitte drukte het bezoek eind juni
Het einde van het
kwartaal werd getekend door extreem weer. Van 18 tot en met 29 juni trok een
intense hittegolf over het land, met op vrijdag 26 juni voor het eerst een code
rood van het KNMI voor extreme hitte, gevolgd door code oranje voor zware onweersbuien
in het weekend erna. In de week van 22 tot en met 28 juni lag het bezoek aan
Nederlandse centrumgebieden daardoor ruim 5% lager dan op basis van het normale
weekpatroon verwacht mocht worden. Het effect was het sterkst in het zuiden en
oosten, waar de hitte het extreemst was.
Belangrijk daarbij is
dat dit weereffect de kwartaaldaling niet verklaart. Eén afwijkende week drukt
het kwartaalcijfer met slechts enkele tienden van een procentpunt. De bredere
daling van 4,1% was gedurende het hele kwartaal zichtbaar en staat daarmee los
van de hitteweek.
Vooruitblik
Het tweede kwartaal
bevestigt de breed gedragen daling, maar laat ook zien dat het tempo afneemt en
dat regio's en steden tegen de trend in groeien. Het derde kwartaal moet
uitwijzen of deze afzwakking doorzet richting stabilisatie. De
vergelijkingsbasis is dan minder extreem: de groei in het derde kwartaal van
2025 was met +1,75% al gematigd.
Er zijn nog geen reacties.
Log in om te reageren