Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en
Waterstaat overweegt een verplichte tussentijdse toets voor iedereen die rijles
volgt. Het idee komt voort uit het lage slagingspercentage bij rijexamens, dat
al jaren rond de 50 procent schommelt. De maatregel zou de kwaliteit van
rijopleidingen moeten verbeteren, maar rijscholen en brancheorganisaties
waarschuwen dat het rijbewijs duurder wordt als het plan doorgaat. Wanneer de
toets ingevoerd wordt, is nog niet bekend, maar de discussie is deze week in
volle gang.
Tussentijdse toets wordt verplicht
Op dit moment is de tussentijdse toets nog vrijwillig,
maar dat kan snel veranderen. Volgens het plan van minister Karremans moet elke
leerling die rijles volgt straks niet alleen het rijexamen afleggen, maar ook
een tussentijdse toets bij een officiële CBR-examinator. Het doel is om het
slagingspercentage omhoog te krijgen en de kwaliteit binnen de rijlesbranche te
verbeteren. Toch is er ook aardig wat kritiek. Critici en brancheorganisaties
wijzen erop dat een verplichte toets vooral leidt tot extra kosten voor
leerlingen, terwijl er bij het CBR nu al lange wachtlijsten zijn. Daarbij is
nog niet uitgewerkt of rijscholen zelf de toets mogen afnemen, of dat dit
standaard door het CBR gebeurt. Die keuze heeft grote invloed op hoeveel je
straks extra betaalt.
Rijlesbranche vreest prijsstijging
De vrees voor hogere kosten is nu een veelvoorkomend onderwerp
binnen de sector. Aan De Telegraaf vertelt Ramzy Othman, voorzitter van de
Vereniging Voor Rijscholen en Instructeurs, dat een tussentijdse toets niet
altijd nodig is en wel weer extra kosten met zich meebrengt. Volgens hem is de
rekening al snel hoger dan verwacht. "Als ze die toets bij het CBR afnemen,
moet je sowieso al 143,50 euro betalen, en daar komen nog zaken bij als
administratie- en rijschoolkosten", stelt Othman. Met name voor leerlingen
die het al snel onder de knie hebben, vindt hij een verplichting niet zinvol.
Tegelijkertijd ziet hij ook voordelen: er zijn leerlingen die er meer baat bij
hebben, waarbij de kans van slagen voor het échte examen toeneemt. Dat bespaart
dan weer kosten voor eventuele herkansingen.
Kosten rijbewijs nu al hoog
Los van de nieuwe plannen is het behalen van een
rijbewijs de afgelopen jaren al flink duurder geworden. Waar een leerling in
2018 gemiddeld nog 2.300 euro betaalde voor het complete pakket, is dat bedrag
in 2026 gestegen tot ongeveer 3.200 euro. Dat is een toename van bijna 40
procent in acht jaar tijd. Rijlessen, examengeld en eventuele herexamens tellen
daarbij allemaal mee. Toch kunnen de prijzen flink verschillen per regio. Zo
kan een rijschool in Sittard goedkoper uitvallen dan een rijschool in de Randstad. Al met al
stijgt het behalen van een rijbewijs gewoonweg fors, ongeacht de regio. Volgens
Pascal van Sluijs, divisiemanager rijvaardigheid bij het CBR, is de
tussentijdse toets vooral bedoeld als instrument om kwaliteit te waarborgen,
niet als extra verdienmodel. Hij benadrukt dat ook instructeurs beter opgeleid
moeten worden, zodat de basis van de rijopleiding verbetert. Toch verandert dat
weinig aan het feit dat leerlingen nu al diep in de buidel moeten tasten voor
een rijbewijs.
Onzekerheid over ingangsdatum
Wanneer de verplichte toets daadwerkelijk ingaat, is nog
niet duidelijk. Van Sluijs geeft aan dat er nog wordt gekeken naar de
uitwerking en dat daarbij "naar proportionaliteit" wordt gekeken. Ook
is nog niet vastgesteld of rijscholen de toets zelf mogen afnemen, of dat dit
standaard via het CBR verloopt. Die uitkomst is bepalend voor de uiteindelijke
meerprijs die leerlingen gaan betalen. Volgens Van Sluijs moet er vooral een
gedegen leerplan komen, met duidelijke fasen waarin wordt getoetst of een
leerling klaar is voor het echte examen. Tot die tijd blijft het gissen naar
het exacte moment waarop rijbewijs duurder wordt door deze maatregel. Voor
toekomstige rijbewijsbezitters betekent dit vooral: goed op de kosten letten en
op tijd beginnen met sparen, want de rekening voor een rijbewijs lijkt
voorlopig alleen maar te stijgen.