Amsterdam
– Voor de helft
van werkend Nederland is praten over salaris een taboe op de werkvloer.
Dit blijkt uit onderzoek van het wereldwijde payroll- en HR-platform
Deel, onder meer dan 1.000 Nederlanders. Dat er nog
steeds niet openlijk over salarissen wordt gesproken, blijkt ook uit de
mate waarin werknemers van elkaar weten wat ze verdienen: slechts 28
procent weet precies wat directe collega’s verdienen. Van de werknemers
die er wel over praten, geeft zestien procent toe weleens het gesprek
bewust te ontwijken en noemt negen procent bewust een ander bedrag.
Waarom ontwijken of liegen?
De redenen voor werknemers om niet open te zijn over het eigen salaris
zijn vooral persoonlijk van aard. Voor 42 procent staat voorop dat het
salaris een privéaangelegenheid is. Daarnaast wil 39 procent
ongemakkelijke gesprekken of discussies op de werkvloer vermijden. Bijna
een kwart (24%) zegt het te doen om de eigen positie of status binnen de
organisatie te beschermen, en eveneens 24 procent vreest dat collega's
jaloers worden. Een kleine, maar opvallende groep van negen procent geeft
aan zich te schamen voor het eigen salaris.
Hoe transparant is de werkgever?
Ook werkgevers spelen een belangrijke rol in hoe open er over salaris
wordt gesproken. Toch komt volledige transparantie nog weinig voor:
slechts zeven procent geeft aan te werken bij een organisatie waar alle
individuele salarissen openbaar zijn. Bij 47 procent zijn de salarisschalen
wel bekend, maar de individuele bedragen niet. Openheid hoeft echter niet
altijd van bovenaf te komen: bij zeventien procent biedt de werkgever
zelf geen transparantie, maar praten collega's er onderling wel over. Bij
achttien procent blijft het salaris volledig taboe, zowel werkgevers als
collega's zwijgen erover. De resterende elf procent heeft geen idee hoe
transparant hun werkgever is over salarissen.
Wil men het überhaupt weten?
Tegelijkertijd lijkt openheid niet voor iedereen een wens te zijn. Zes op
de tien werknemers (60%) zegt geen behoefte te hebben om te weten wat
collega's verdienen. Dit verschilt echter sterk per generatie: onder
55-plussers wil 75 procent het niet weten, terwijl jongeren tussen de 18
en 34 jaar juist het tegenovergestelde laten zien. Daar geeft 61 procent
aan het wél te willen weten. Onder hen opent ruim de helft (53%) het
gesprek om te controleren of het eigen salaris eerlijk is. Een kwart doet
dat om beter te kunnen onderhandelen en 21 procent is simpelweg
nieuwsgierig.
Karen White, Head of Public Policy EMEA: ‘‘Het salaristaboe bestaat al
decennialang en zien we ook in deze cijfers duidelijk terug. Toch is de
arbeidsmarkt aan het veranderen: werknemers hebben meer opties en
ontwikkelen daarom andere verwachtingen van werkgevers, zo ook als het
gaat om openheid over loon. Wie weet hoe salarissen tot stand komen, kan
beter beoordelen of hij eerlijk wordt beloond en sterker onderhandelen
over zijn eigen positie. Met de EU-richtlijn loontransparantie die eraan
komt, wordt dit gesprek bovendien onvermijdelijk. Bedrijven die hier nu
op anticiperen, zullen beter kunnen voldoen aan de wet en zullen ook
degenen zijn die het taboe echt doorbreken.’’